← Terug naar leerjaar 4

Voortgezet onderwijs · Leerjaar 4

Grammar Lab

Grammatica snappen. Oefenen. Gebruiken.

Elke module volgt dezelfde route: korte uitleg, duidelijke voorbeelden, Dutch alert, check it, oefenen, verbeteren, zinnen bouwen, klassenspel, spreken en een challenge.

Grammar map

Waar staat dit leerjaar in de leerlijn?

Introduce

  • Present perfect continuous
  • Past perfect
  • Future continuous & future perfect
  • Reported speech
  • Linking words

Practise

  • Past simple vs past continuous
  • Present perfect
  • Present perfect vs past simple
  • Gerund or infinitive?
  • Phrasal verbs
  • Modals: would, need to & polite requests
  • Wh-questions, subject questions & indirect questions
  • Conditionals: zero, first & second
  • Passive voice
  • Relative clauses
  • Grammar for writing: make it better

Review

  • Present simple vs present continuous
  • Past continuous
  • How do I talk about the future?
  • Tense map
  • Regular & irregular verbs
  • Must, have to & should
  • Adjective or adverb?
  • Comparatives, superlatives, too & enough
  • Prepositions of place, time & movement
  • Word order: build the sentence

Challenge

  • Tense mix & Grammar detective
  • Translation trap: typisch Nederlandse fouten

Kies een onderwerp

28 modules

Tenses · Review

Present simple vs present continuous

Gewoonte of nu bezig? Leer kiezen tussen work en is working.

Leerjaar 4Kern22 minBeideSchool+

Tenses · Review

Past continuous

Was/were + -ing: bezig zijn op een moment in het verleden.

Leerjaar 4Kern18 minBeideSchool+

Tenses · Practise

Past simple vs past continuous

Wat was al bezig en wat gebeurde er ineens? Kies de juiste tijd.

Leerjaar 4Kern20 minBeideSchool+

Tenses · Practise

Present perfect

Have/has + voltooid deelwoord: ervaring, nieuws en nu nog belangrijk.

Leerjaar 4Kern22 minBeideSchool+

Tenses · Introduce

Present perfect continuous

Have/has been + -ing: hoe lang je al ergens mee bezig bent.

Leerjaar 4Challenge18 minZelfstandigSchool+

Tenses · Practise

Present perfect vs past simple

Wanneer have you seen en wanneer did you see? De belangrijkste keuze van havo 3.

Leerjaar 4Kern25 minBeideSchool+

Tenses · Introduce

Past perfect

Had + voltooid deelwoord: het gebeurde nog eerder in het verleden.

Leerjaar 4Challenge20 minBeideSchool+

Tenses · Review

How do I talk about the future?

Will, going to, present continuous of present simple — wanneer welke?

Leerjaar 4Kern22 minBeideSchool+

Tenses · Introduce

Future continuous & future perfect

Will be doing en will have done: bezig zijn of klaar zijn in de toekomst.

Leerjaar 4Challenge16 minZelfstandigSchool+

Tenses · Review

Tense map

Betekenis eerst: van routine tot voorspelling, met één voorbeeld per tijd.

Leerjaar 4Kern20 minKlassikaalSchool+

Mix & mastery · Challenge

Tense mix & Grammar detective

Alle tijden door elkaar plus foutenjacht — mastery voor de bovenbouw.

Leerjaar 4Challenge30 minBeideSchool+

Verbs · Review

Regular & irregular verbs

De rijtjes die je echt nodig hebt: go-went-gone en de rest.

Leerjaar 4Kern18 minBeideSchool+

Verbs · Practise

Gerund or infinitive?

-ing of to + werkwoord na een ander werkwoord.

Leerjaar 4Challenge18 minZelfstandigSchool+

Verbs · Practise

Phrasal verbs

Werkwoord + klein woordje met een eigen betekenis.

Leerjaar 4Kern16 minBeideSchool+

Modal verbs · Review

Must, have to & should

Moeten, niet hoeven en advies geven — inclusief must vs have to.

Leerjaar 4Kern18 minBeideSchool+

Modal verbs · Practise

Modals: would, need to & polite requests

Netjes vragen, aanbieden en nuance geven met modale werkwoorden.

Leerjaar 4Challenge16 minBeideSchool+

Questions · Practise

Wh-questions, subject questions & indirect questions

Van Who saw you? tot Could you tell me where the station is?

Leerjaar 4Challenge18 minBeideSchool+

Adjectives & adverbs · Review

Adjective or adverb?

Good vs well, plaats van bijvoeglijke naamwoorden en frequentiewoorden.

Leerjaar 4Kern18 minBeideSchool+

Adjectives & adverbs · Review

Comparatives, superlatives, too & enough

Vergelijken en graden aangeven: bigger, the biggest, too small, big enough.

Leerjaar 4Kern18 minBeideSchool+

Prepositions · Review

Prepositions of place, time & movement

In, on, at, to, for, since en vaste combinaties.

Leerjaar 4Kern18 minBeideSchool+

Word order · Review

Word order: build the sentence

Subject – verb – object, en waar tijd, plaats en frequentie staan.

Leerjaar 4Kern20 minBeideSchool+

Mix & mastery · Challenge

Translation trap: typisch Nederlandse fouten

Kort challengeformaat met de fouten die Nederlandse leerlingen het vaakst maken.

Leerjaar 4Challenge15 minBeideSchool+

Conditionals · Practise

Conditionals: zero, first & second

If-zinnen: altijd waar, misschien echt, of juist niet echt.

Leerjaar 4Kern25 minBeideSchool+

Passive voice · Practise

Passive voice

Wie het doet is niet belangrijk: is made, was written, will be built.

Leerjaar 4Challenge22 minBeideSchool+

Reported speech · Introduce

Reported speech

Wat iemand zei doorvertellen: tijden, tijdwoorden en voornaamwoorden schuiven.

Leerjaar 4Challenge22 minBeideSchool+

Relative clauses · Practise

Relative clauses

Who, which, that, whose en where: extra informatie in één zin.

Leerjaar 4Kern20 minBeideSchool+

Linking words · Introduce

Linking words

However, although, therefore: je tekst laten lopen als een geheel.

Leerjaar 4Kern20 minZelfstandigSchool+

Grammar for writing · Practise

Grammar for writing: make it better

Zinnen verbeteren, herhaling vermijden, tijden en volgorde controleren.

Leerjaar 4Challenge25 minZelfstandigSchool+