Grammar CornerGrammar Lab · Leerjaar 3, 4, 5
Grammar Lab · Grammar for writing: make it better
Snap hetCheck itPractiseScore 0
Quick explain
- • Wissel korte en lange zinnen af en verbind ideeën met linking words en relative clauses.
- • Vermijd herhaling: gebruik voornaamwoorden en synoniemen.
- • Controleer altijd drie dingen: tijden, woordvolgorde en werkwoordsvormen.
- • Formeel schrijven: geen samentrekkingen (do not i.p.v. don't) en geen spreektaal.
CHECK: tijden · woordvolgorde · -s en -ed · linking · register
Examples
- zwak: I like football. Football is fun. I play football on Saturday.
- sterk: I love football because it's fast and social, and I play every Saturday.
- informeel: I wanna tell you about my school. → formeel: I would like to tell you about my school.
Dutch alert
In my opinion I think that…
In my opinion, … / I think that…
Kies één van de twee; samen is dubbel.
I am agree with you.
I agree with you.
Agree is zelf een werkwoord.