HelloHello TeddyEen knuffel gaat rond en iedereen begroet hem.
Horen · HEAR
Laat de knuffel zien en begroet hem groot.
- “Hello, teddy!”
Bewegen · MOVE
Iedereen zwaait naar de knuffel.
- “Wave to teddy!”
Spelen · PLAY
Geef de knuffel door in de kring.
- “Teddy for you!”
Zeggen · SAY
Wie de knuffel heeft, zegt “hello”.
- “Say hello, please!”
Herhalen · REPEAT
Sluit af met samen “bye bye teddy”.
- “Bye bye, teddy!”
HelloWave High, Wave LowZwaaien hoog en laag op jouw Engelse commando.
Horen · HEAR
Zeg “high” en zwaai hoog, zeg “low” en zwaai laag.
- “High! Low!”
Bewegen · MOVE
De groep doet je na, steeds sneller.
- “High, high, low!”
Spelen · PLAY
Wie blijft staan bij “stop”?
- “And … stop!”
Zeggen · SAY
Laat kinderen zelf “high” of “low” roepen.
- “Your turn. High or low?”
Herhalen · REPEAT
Gebruik het later bij het opruimen.
- “Hands high! Hands low!”
ColoursFind the ColourRennen naar alles wat die kleur heeft.
Horen · HEAR
Noem de kleur en laat hem zien.
- “Red!”
Bewegen · MOVE
Kinderen zoeken iets in die kleur.
- “Go! Find something red!”
Spelen · PLAY
Alles wat gevonden is, komt in de kring.
- “Look! All red!”
Zeggen · SAY
Samen benoemen: “red”.
- “Red, red, red!”
Herhalen · REPEAT
Volgende kleur, zelfde spelletje.
- “Now … blue!”
ColoursColour ShakeEen doek of lap in een kleur samen laten wapperen.
Horen · HEAR
Laat de doek zien en noem de kleur.
- “Yellow! A yellow cloth.”
Bewegen · MOVE
Samen omhoog en omlaag bewegen.
- “Up! Down!”
Spelen · PLAY
Bij “stop” houdt iedereen stil.
- “And … stop!”
Zeggen · SAY
Kinderen zeggen de kleur mee.
- “Say it with me: yellow!”
Herhalen · REPEAT
Morgen een andere kleur doek.
- “Tomorrow: green!”
AnimalsAnimal WalkDoor de ruimte bewegen als het dier dat jij noemt.
Horen · HEAR
Noem een dier en doe het voor.
- “A rabbit! Jump!”
Bewegen · MOVE
Iedereen beweegt als dat dier.
- “Jump, jump, jump!”
Spelen · PLAY
Bij “sleep” gaat iedereen liggen.
- “Sleep, little animals.”
Zeggen · SAY
Kinderen roepen zelf een dier.
- “Which animal now?”
Herhalen · REPEAT
Sluit af met het liedje.
- “The dog says woof!”
AnimalsWho's in the Box?Een dier uit een doos halen en benoemen.
Horen · HEAR
Schud de doos en maak het dier nieuwsgierig aan.
- “What's in the box?”
Bewegen · MOVE
Iedereen doet de handen op de ogen tot je “look” zegt.
- “Close your eyes … look!”
Spelen · PLAY
Haal het dier eruit, de groep raadt.
- “It's a cat! Miaow!”
Zeggen · SAY
Samen het dier benoemen.
- “Cat. A cat.”
Herhalen · REPEAT
Volgende kind mag pakken.
- “Your turn!”
My BodyTouch and FreezeSnel aanwijzen en dan stilstaan.
Horen · HEAR
Zeg een lichaamsdeel.
- “Nose!”
Bewegen · MOVE
Iedereen raakt het aan.
- “Touch your nose!”
Spelen · PLAY
Bij “freeze” blijft iedereen stil.
- “Freeze!”
Zeggen · SAY
Samen benoemen wat je aanraakt.
- “Nose. My nose.”
Herhalen · REPEAT
Nog vier rondes met andere woorden.
- “Now: feet!”
My BodyWash Your HandsHanden wassen met een Engels versje.
Horen · HEAR
Zeg het versje voor bij de kraan.
- “Water, soap, wash, wash, wash!”
Bewegen · MOVE
Doe de wasbeweging samen.
- “Wash, wash, wash!”
Spelen · PLAY
Wie wast het langst mee met het versje?
- “Keep washing!”
Zeggen · SAY
Kinderen zeggen “wash” mee.
- “Say: wash!”
Herhalen · REPEAT
Elke dag hetzelfde versje bij het wassen.
- “Water, soap!”
FoodYummy or YuckDuim omhoog of omlaag bij elk eten.
Horen · HEAR
Noem een woord en laat het plaatje zien.
- “Cheese!”
Bewegen · MOVE
Duim omhoog bij lekker, omlaag bij vies.
- “Yummy or yuck?”
Spelen · PLAY
Nog vijf woorden achter elkaar.
- “And now … carrot!”
Zeggen · SAY
Kinderen zeggen “yummy” of “yuck”.
- “Say it: yummy!”
Herhalen · REPEAT
Doe het aan tafel met het echte eten.
- “Is it yummy?”
FoodSnack Time EnglishHet fruitmoment in het Engels.
Horen · HEAR
Benoem wat er op tafel staat.
- “Look: apple and bread.”
Bewegen · MOVE
Handen omhoog wie wil.
- “Who wants apple? Hands up!”
Spelen · PLAY
Uitdelen met “here you are”.
- “Here you are!”
Zeggen · SAY
Kinderen zeggen “please” en “thank you”.
- “Apple, please!”
Herhalen · REPEAT
Elke dag hetzelfde bij het eten.
- “Thank you!”
ToysBring MeHet juiste speelgoed halen en brengen.
Horen · HEAR
Noem het speelgoed.
- “A ball!”
Bewegen · MOVE
Een kind haalt het op.
- “Bring me the ball, please.”
Spelen · PLAY
Samen tellen hoe snel het lukt.
- “One, two, three!”
Zeggen · SAY
Het kind benoemt wat het heeft.
- “It's a ball!”
Herhalen · REPEAT
Volgend kind, ander speelgoed.
- “Now the car!”
ToysTidy Up RaceOpruimen met het Engelse liedje.
Horen · HEAR
Zing de eerste regel van het opruimliedje.
- “Tidy up, tidy up!”
Bewegen · MOVE
Iedereen ruimt op terwijl je zingt.
- “Everybody help!”
Spelen · PLAY
Klaar voordat het liedje uit is?
- “Faster, faster!”
Zeggen · SAY
Samen “hooray” roepen.
- “Hooray!”
Herhalen · REPEAT
Altijd hetzelfde liedje, dan kennen ze het snel.
- “Tidy up!”
WeatherWeather MovesBewegen bij zon, regen en wind.
Horen · HEAR
Noem het weer en doe de beweging voor.
- “Sun!”
Bewegen · MOVE
De groep doet mee.
- “Arms up, big sun!”
Spelen · PLAY
Wissel snel tussen twee soorten weer.
- “Sun! Rain! Sun!”
Zeggen · SAY
Kinderen roepen het weer mee.
- “Say it: rain!”
Herhalen · REPEAT
Sluit af met naar buiten kijken.
- “Look outside!”
WeatherCoat OnNaar buiten gaan in het Engels.
Horen · HEAR
Benoem jas en schoenen terwijl je ze laat zien.
- “Your coat. Your shoes.”
Bewegen · MOVE
Iedereen doet de jas aan terwijl jij zegt wat er gebeurt.
- “Coat on! Shoes on!”
Spelen · PLAY
Wie is het eerst klaar?
- “Ready? Let's go!”
Zeggen · SAY
Kinderen zeggen “coat on” mee.
- “Coat on!”
Herhalen · REPEAT
Elke keer bij het naar buiten gaan.
- “Let's go outside!”
FeelingsShow Me a FaceGezichten trekken bij elk gevoel.
Horen · HEAR
Noem het gevoel en doe het gezicht voor.
- “Happy!”
Bewegen · MOVE
Iedereen trekt hetzelfde gezicht.
- “Show me happy!”
Spelen · PLAY
Wissel snel tussen twee gevoelens.
- “Happy! Sad! Happy!”
Zeggen · SAY
Kinderen zeggen het gevoel na.
- “Say: happy.”
Herhalen · REPEAT
Sluit af met samen klappen.
- “Clap your hands, hooray!”
FeelingsHug or High FiveKiezen tussen een knuffel en een high five.
Horen · HEAR
Laat beide keuzes zien.
- “A hug, or a high five?”
Bewegen · MOVE
Elk kind kiest en doet het.
- “High five!”
Spelen · PLAY
Ga de kring rond.
- “Next, please!”
Zeggen · SAY
Het kind zegt zijn keuze.
- “Say: hug!”
Herhalen · REPEAT
Gebruik dit bij het afscheid nemen.
- “Bye bye! High five!”
FamilyWho Is This?Foto's van thuis benoemen.
Horen · HEAR
Laat een foto zien en benoem wie het is.
- “This is mummy.”
Bewegen · MOVE
Zwaaien naar de foto.
- “Wave to mummy!”
Spelen · PLAY
Volgende foto, volgende kind.
- “And who is this?”
Zeggen · SAY
Kind zegt “mummy” of “daddy”.
- “Say: daddy.”
Herhalen · REPEAT
Sluit af met het liedje.
- “I love you!”
FamilyBaby, SleepEen pop in bed leggen met Engelse zinnetjes.
Horen · HEAR
Zeg zachtjes dat de baby moe is.
- “Baby is tired.”
Bewegen · MOVE
Samen wiegen.
- “Rock, rock, rock.”
Spelen · PLAY
Baby in bed, vinger op de lippen.
- “Shh! Baby is sleeping.”
Zeggen · SAY
Kinderen zeggen “sleep, baby”.
- “Sleep, baby.”
Herhalen · REPEAT
Handig vlak voor het rustmoment.
- “Time to rest.”
NumbersCount and ClapTellen met klappen en stampen.
Horen · HEAR
Klap en tel voor tot vijf.
- “One, two, three, four, five!”
Bewegen · MOVE
Iedereen klapt mee.
- “Clap with me!”
Spelen · PLAY
Nu stampen in plaats van klappen.
- “Now stamp! One, two, three!”
Zeggen · SAY
Kinderen tellen hardop mee.
- “Count!”
Herhalen · REPEAT
Elke dag één keer tot vijf.
- “Again: one, two, three!”
NumbersAll GoneVoorwerpen wegstoppen en samen tellen.
Horen · HEAR
Leg drie voorwerpen neer en tel ze.
- “One, two, three.”
Bewegen · MOVE
Iedereen doet de handen omhoog bij “all gone”.
- “All gone!”
Spelen · PLAY
Haal er steeds één weg en tel opnieuw.
- “How many now?”
Zeggen · SAY
Kinderen zeggen “more” als ze er nog een willen.
- “More, please!”
Herhalen · REPEAT
Werkt goed aan tafel met fruit.
- “All gone!”