← DigiChalk Mini Club

5 Minutes English

20 korte activiteiten. Pak er één als je vijf minuten hebt.

HelloHello TeddyEen knuffel gaat rond en iedereen begroet hem.
hellohallo teddyknuffelbeer
  1. Horen · HEAR

    Laat de knuffel zien en begroet hem groot.

    • Hello, teddy!
  2. Bewegen · MOVE

    Iedereen zwaait naar de knuffel.

    • Wave to teddy!
  3. Spelen · PLAY

    Geef de knuffel door in de kring.

    • Teddy for you!
  4. Zeggen · SAY

    Wie de knuffel heeft, zegt “hello”.

    • Say hello, please!
  5. Herhalen · REPEAT

    Sluit af met samen “bye bye teddy”.

    • Bye bye, teddy!
Thema Hello openen →
HelloWave High, Wave LowZwaaien hoog en laag op jouw Engelse commando.
highhoog lowlaag
  1. Horen · HEAR

    Zeg “high” en zwaai hoog, zeg “low” en zwaai laag.

    • High! Low!
  2. Bewegen · MOVE

    De groep doet je na, steeds sneller.

    • High, high, low!
  3. Spelen · PLAY

    Wie blijft staan bij “stop”?

    • And … stop!
  4. Zeggen · SAY

    Laat kinderen zelf “high” of “low” roepen.

    • Your turn. High or low?
  5. Herhalen · REPEAT

    Gebruik het later bij het opruimen.

    • Hands high! Hands low!
Thema Hello openen →
ColoursFind the ColourRennen naar alles wat die kleur heeft.
redrood blueblauw
  1. Horen · HEAR

    Noem de kleur en laat hem zien.

    • Red!
  2. Bewegen · MOVE

    Kinderen zoeken iets in die kleur.

    • Go! Find something red!
  3. Spelen · PLAY

    Alles wat gevonden is, komt in de kring.

    • Look! All red!
  4. Zeggen · SAY

    Samen benoemen: “red”.

    • Red, red, red!
  5. Herhalen · REPEAT

    Volgende kleur, zelfde spelletje.

    • Now … blue!
Thema Colours openen →
ColoursColour ShakeEen doek of lap in een kleur samen laten wapperen.
upomhoog downomlaag
  1. Horen · HEAR

    Laat de doek zien en noem de kleur.

    • Yellow! A yellow cloth.
  2. Bewegen · MOVE

    Samen omhoog en omlaag bewegen.

    • Up! Down!
  3. Spelen · PLAY

    Bij “stop” houdt iedereen stil.

    • And … stop!
  4. Zeggen · SAY

    Kinderen zeggen de kleur mee.

    • Say it with me: yellow!
  5. Herhalen · REPEAT

    Morgen een andere kleur doek.

    • Tomorrow: green!
Thema Colours openen →
AnimalsAnimal WalkDoor de ruimte bewegen als het dier dat jij noemt.
jumpspringen flyvliegen
  1. Horen · HEAR

    Noem een dier en doe het voor.

    • A rabbit! Jump!
  2. Bewegen · MOVE

    Iedereen beweegt als dat dier.

    • Jump, jump, jump!
  3. Spelen · PLAY

    Bij “sleep” gaat iedereen liggen.

    • Sleep, little animals.
  4. Zeggen · SAY

    Kinderen roepen zelf een dier.

    • Which animal now?
  5. Herhalen · REPEAT

    Sluit af met het liedje.

    • The dog says woof!
Thema Animals openen →
AnimalsWho's in the Box?Een dier uit een doos halen en benoemen.
doos boxdoos lookkijk
  1. Horen · HEAR

    Schud de doos en maak het dier nieuwsgierig aan.

    • What's in the box?
  2. Bewegen · MOVE

    Iedereen doet de handen op de ogen tot je “look” zegt.

    • Close your eyes … look!
  3. Spelen · PLAY

    Haal het dier eruit, de groep raadt.

    • It's a cat! Miaow!
  4. Zeggen · SAY

    Samen het dier benoemen.

    • Cat. A cat.
  5. Herhalen · REPEAT

    Volgende kind mag pakken.

    • Your turn!
Thema Animals openen →
My BodyTouch and FreezeSnel aanwijzen en dan stilstaan.
aanraken touchaanrakenstop stopstop
  1. Horen · HEAR

    Zeg een lichaamsdeel.

    • Nose!
  2. Bewegen · MOVE

    Iedereen raakt het aan.

    • Touch your nose!
  3. Spelen · PLAY

    Bij “freeze” blijft iedereen stil.

    • Freeze!
  4. Zeggen · SAY

    Samen benoemen wat je aanraakt.

    • Nose. My nose.
  5. Herhalen · REPEAT

    Nog vier rondes met andere woorden.

    • Now: feet!
Thema My Body openen →
My BodyWash Your HandsHanden wassen met een Engels versje.
waterwater soapzeep
  1. Horen · HEAR

    Zeg het versje voor bij de kraan.

    • Water, soap, wash, wash, wash!
  2. Bewegen · MOVE

    Doe de wasbeweging samen.

    • Wash, wash, wash!
  3. Spelen · PLAY

    Wie wast het langst mee met het versje?

    • Keep washing!
  4. Zeggen · SAY

    Kinderen zeggen “wash” mee.

    • Say: wash!
  5. Herhalen · REPEAT

    Elke dag hetzelfde versje bij het wassen.

    • Water, soap!
Thema My Body openen →
FoodYummy or YuckDuim omhoog of omlaag bij elk eten.
yummylekkervies yuckvies
  1. Horen · HEAR

    Noem een woord en laat het plaatje zien.

    • Cheese!
  2. Bewegen · MOVE

    Duim omhoog bij lekker, omlaag bij vies.

    • Yummy or yuck?
  3. Spelen · PLAY

    Nog vijf woorden achter elkaar.

    • And now … carrot!
  4. Zeggen · SAY

    Kinderen zeggen “yummy” of “yuck”.

    • Say it: yummy!
  5. Herhalen · REPEAT

    Doe het aan tafel met het echte eten.

    • Is it yummy?
Thema Food openen →
FoodSnack Time EnglishHet fruitmoment in het Engels.
pleasealsjeblieft thank youdank je
  1. Horen · HEAR

    Benoem wat er op tafel staat.

    • Look: apple and bread.
  2. Bewegen · MOVE

    Handen omhoog wie wil.

    • Who wants apple? Hands up!
  3. Spelen · PLAY

    Uitdelen met “here you are”.

    • Here you are!
  4. Zeggen · SAY

    Kinderen zeggen “please” en “thank you”.

    • Apple, please!
  5. Herhalen · REPEAT

    Elke dag hetzelfde bij het eten.

    • Thank you!
Thema Food openen →
ToysBring MeHet juiste speelgoed halen en brengen.
bringbrengen ballbal
  1. Horen · HEAR

    Noem het speelgoed.

    • A ball!
  2. Bewegen · MOVE

    Een kind haalt het op.

    • Bring me the ball, please.
  3. Spelen · PLAY

    Samen tellen hoe snel het lukt.

    • One, two, three!
  4. Zeggen · SAY

    Het kind benoemt wat het heeft.

    • It's a ball!
  5. Herhalen · REPEAT

    Volgend kind, ander speelgoed.

    • Now the car!
Thema Toys openen →
ToysTidy Up RaceOpruimen met het Engelse liedje.
tidy upopruimen helphelpen
  1. Horen · HEAR

    Zing de eerste regel van het opruimliedje.

    • Tidy up, tidy up!
  2. Bewegen · MOVE

    Iedereen ruimt op terwijl je zingt.

    • Everybody help!
  3. Spelen · PLAY

    Klaar voordat het liedje uit is?

    • Faster, faster!
  4. Zeggen · SAY

    Samen “hooray” roepen.

    • Hooray!
  5. Herhalen · REPEAT

    Altijd hetzelfde liedje, dan kennen ze het snel.

    • Tidy up!
Thema Toys openen →
WeatherWeather MovesBewegen bij zon, regen en wind.
sunzon rainregen
  1. Horen · HEAR

    Noem het weer en doe de beweging voor.

    • Sun!
  2. Bewegen · MOVE

    De groep doet mee.

    • Arms up, big sun!
  3. Spelen · PLAY

    Wissel snel tussen twee soorten weer.

    • Sun! Rain! Sun!
  4. Zeggen · SAY

    Kinderen roepen het weer mee.

    • Say it: rain!
  5. Herhalen · REPEAT

    Sluit af met naar buiten kijken.

    • Look outside!
Thema Weather openen →
WeatherCoat OnNaar buiten gaan in het Engels.
coatjas shoesschoenen
  1. Horen · HEAR

    Benoem jas en schoenen terwijl je ze laat zien.

    • Your coat. Your shoes.
  2. Bewegen · MOVE

    Iedereen doet de jas aan terwijl jij zegt wat er gebeurt.

    • Coat on! Shoes on!
  3. Spelen · PLAY

    Wie is het eerst klaar?

    • Ready? Let's go!
  4. Zeggen · SAY

    Kinderen zeggen “coat on” mee.

    • Coat on!
  5. Herhalen · REPEAT

    Elke keer bij het naar buiten gaan.

    • Let's go outside!
Thema Weather openen →
FeelingsShow Me a FaceGezichten trekken bij elk gevoel.
happyblij sadverdrietig
  1. Horen · HEAR

    Noem het gevoel en doe het gezicht voor.

    • Happy!
  2. Bewegen · MOVE

    Iedereen trekt hetzelfde gezicht.

    • Show me happy!
  3. Spelen · PLAY

    Wissel snel tussen twee gevoelens.

    • Happy! Sad! Happy!
  4. Zeggen · SAY

    Kinderen zeggen het gevoel na.

    • Say: happy.
  5. Herhalen · REPEAT

    Sluit af met samen klappen.

    • Clap your hands, hooray!
Thema Feelings openen →
FeelingsHug or High FiveKiezen tussen een knuffel en een high five.
knuffel hugknuffel high fivehigh five
  1. Horen · HEAR

    Laat beide keuzes zien.

    • A hug, or a high five?
  2. Bewegen · MOVE

    Elk kind kiest en doet het.

    • High five!
  3. Spelen · PLAY

    Ga de kring rond.

    • Next, please!
  4. Zeggen · SAY

    Het kind zegt zijn keuze.

    • Say: hug!
  5. Herhalen · REPEAT

    Gebruik dit bij het afscheid nemen.

    • Bye bye! High five!
Thema Feelings openen →
FamilyWho Is This?Foto's van thuis benoemen.
mummymama daddypapa
  1. Horen · HEAR

    Laat een foto zien en benoem wie het is.

    • This is mummy.
  2. Bewegen · MOVE

    Zwaaien naar de foto.

    • Wave to mummy!
  3. Spelen · PLAY

    Volgende foto, volgende kind.

    • And who is this?
  4. Zeggen · SAY

    Kind zegt “mummy” of “daddy”.

    • Say: daddy.
  5. Herhalen · REPEAT

    Sluit af met het liedje.

    • I love you!
Thema Family openen →
FamilyBaby, SleepEen pop in bed leggen met Engelse zinnetjes.
babybaby sleepslapen
  1. Horen · HEAR

    Zeg zachtjes dat de baby moe is.

    • Baby is tired.
  2. Bewegen · MOVE

    Samen wiegen.

    • Rock, rock, rock.
  3. Spelen · PLAY

    Baby in bed, vinger op de lippen.

    • Shh! Baby is sleeping.
  4. Zeggen · SAY

    Kinderen zeggen “sleep, baby”.

    • Sleep, baby.
  5. Herhalen · REPEAT

    Handig vlak voor het rustmoment.

    • Time to rest.
Thema Family openen →
NumbersCount and ClapTellen met klappen en stampen.
clapklappen stampstampen
  1. Horen · HEAR

    Klap en tel voor tot vijf.

    • One, two, three, four, five!
  2. Bewegen · MOVE

    Iedereen klapt mee.

    • Clap with me!
  3. Spelen · PLAY

    Nu stampen in plaats van klappen.

    • Now stamp! One, two, three!
  4. Zeggen · SAY

    Kinderen tellen hardop mee.

    • Count!
  5. Herhalen · REPEAT

    Elke dag één keer tot vijf.

    • Again: one, two, three!
Thema Numbers openen →
NumbersAll GoneVoorwerpen wegstoppen en samen tellen.
all gonealles weg moremeer
  1. Horen · HEAR

    Leg drie voorwerpen neer en tel ze.

    • One, two, three.
  2. Bewegen · MOVE

    Iedereen doet de handen omhoog bij “all gone”.

    • All gone!
  3. Spelen · PLAY

    Haal er steeds één weg en tel opnieuw.

    • How many now?
  4. Zeggen · SAY

    Kinderen zeggen “more” als ze er nog een willen.

    • More, please!
  5. Herhalen · REPEAT

    Werkt goed aan tafel met fruit.

    • All gone!
Thema Numbers openen →