Colours
Kleuren zoeken en benoemen
Kinderen wijzen kleuren aan en zeggen de Engelse kleur na.
Woorden
red
rood
blue
blauw
yellow
geel
green
groen
orange
oranje
purple
paars
black
zwart
white
wit
Zinnetjes
- · It's red!
- · I like blue.
- · Look, yellow!
- · Where is green?
Liedje: Colour Song
Red and blue, red and blue,
Yellow, green, I see you!
Colours, colours, all around!
De activiteit stap voor stap
1. Horen · HEAR
Houd één gekleurd voorwerp omhoog en noem de kleur twee keer.
- “Red. This is red.”
2. Bewegen · MOVE
Noem een kleur, kinderen zoeken die kleur in de ruimte en raken hem aan.
- “Find something blue!”
3. Spelen · PLAY
Leg gekleurde blokken in het midden. Jij noemt een kleur, een kind pakt het blok.
- “Give me the green one, please.”
4. Zeggen · SAY
Laat kinderen bij hun voorwerp de kleur zeggen. Nazeggen is genoeg.
- “What colour is it?”
5. Herhalen · REPEAT
Benoem kleuren tijdens het aankleden en bij het eten.
- “Your cup is blue!”
5 Minutes English
Find the Colour
Rennen naar alles wat die kleur heeft.
Colour Shake
Een doek of lap in een kleur samen laten wapperen.
Deze weken in het jaar
Week 5
Colours — kennismaken. Vier nieuwe woorden horen, zien en aanwijzen.
Week 6
Colours — uitbreiden. Vier woorden erbij en de eerste korte zinnetjes.
Week 7
Colours — spelen. Alle woorden gebruiken in een spel met de hele groep.
Week 8
Colours — herhalen. Alles herhalen en het thema afsluiten.
Kleurkaarten
Print de kleurkaarten om bij het zoekspel omhoog te houden.
Dit materiaal mag uitsluitend gebruikt worden binnen de locatie waarvoor een geldige DigiChalk Mini Club-licentie is afgesloten.
© 2026 DigiChalk. All rights reserved.