Het hele jaar in 40 weken
Tien thema's van vier weken. Je hoeft niet zelf te bedenken wat je deze week doet.
september
Hello
Begroeten, zwaaien en je naam zeggen
Week 1
Hello — kennismaken. Vier nieuwe woorden horen, zien en aanwijzen.
Week 2
Hello — uitbreiden. Vier woorden erbij en de eerste korte zinnetjes.
Week 3
Hello — spelen. Alle woorden gebruiken in een spel met de hele groep.
Week 4
Hello — herhalen. Alles herhalen en het thema afsluiten.
oktober
Colours
Kleuren zoeken en benoemen
Week 5
Colours — kennismaken. Vier nieuwe woorden horen, zien en aanwijzen.
Week 6
Colours — uitbreiden. Vier woorden erbij en de eerste korte zinnetjes.
Week 7
Colours — spelen. Alle woorden gebruiken in een spel met de hele groep.
Week 8
Colours — herhalen. Alles herhalen en het thema afsluiten.
november
Animals
Dieren nadoen en benoemen
Week 9
Animals — kennismaken. Vier nieuwe woorden horen, zien en aanwijzen.
Week 10
Animals — uitbreiden. Vier woorden erbij en de eerste korte zinnetjes.
Week 11
Animals — spelen. Alle woorden gebruiken in een spel met de hele groep.
Week 12
Animals — herhalen. Alles herhalen en het thema afsluiten.
december
My Body
Lichaamsdelen aanwijzen
Week 13
My Body — kennismaken. Vier nieuwe woorden horen, zien en aanwijzen.
Week 14
My Body — uitbreiden. Vier woorden erbij en de eerste korte zinnetjes.
Week 15
My Body — spelen. Alle woorden gebruiken in een spel met de hele groep.
Week 16
My Body — herhalen. Alles herhalen en het thema afsluiten.
januari
Food
Eten en drinken benoemen
Week 17
Food — kennismaken. Vier nieuwe woorden horen, zien en aanwijzen.
Week 18
Food — uitbreiden. Vier woorden erbij en de eerste korte zinnetjes.
Week 19
Food — spelen. Alle woorden gebruiken in een spel met de hele groep.
Week 20
Food — herhalen. Alles herhalen en het thema afsluiten.
februari
Toys
Speelgoed benoemen en opruimen
Week 21
Toys — kennismaken. Vier nieuwe woorden horen, zien en aanwijzen.
Week 22
Toys — uitbreiden. Vier woorden erbij en de eerste korte zinnetjes.
Week 23
Toys — spelen. Alle woorden gebruiken in een spel met de hele groep.
Week 24
Toys — herhalen. Alles herhalen en het thema afsluiten.
maart
Weather
Naar buiten kijken en het weer benoemen
Week 25
Weather — kennismaken. Vier nieuwe woorden horen, zien en aanwijzen.
Week 26
Weather — uitbreiden. Vier woorden erbij en de eerste korte zinnetjes.
Week 27
Weather — spelen. Alle woorden gebruiken in een spel met de hele groep.
Week 28
Weather — herhalen. Alles herhalen en het thema afsluiten.
april
Feelings
Blij, verdrietig, moe en boos
Week 29
Feelings — kennismaken. Vier nieuwe woorden horen, zien en aanwijzen.
Week 30
Feelings — uitbreiden. Vier woorden erbij en de eerste korte zinnetjes.
Week 31
Feelings — spelen. Alle woorden gebruiken in een spel met de hele groep.
Week 32
Feelings — herhalen. Alles herhalen en het thema afsluiten.
mei
Family
Mama, papa en thuis
Week 33
Family — kennismaken. Vier nieuwe woorden horen, zien en aanwijzen.
Week 34
Family — uitbreiden. Vier woorden erbij en de eerste korte zinnetjes.
Week 35
Family — spelen. Alle woorden gebruiken in een spel met de hele groep.
Week 36
Family — herhalen. Alles herhalen en het thema afsluiten.
juni / juli
Numbers
Tellen tot vijf en verder
Week 37
Numbers — kennismaken. Vier nieuwe woorden horen, zien en aanwijzen.
Week 38
Numbers — uitbreiden. Vier woorden erbij en de eerste korte zinnetjes.
Week 39
Numbers — spelen. Alle woorden gebruiken in een spel met de hele groep.
Week 40
Numbers — herhalen. Alles herhalen en het thema afsluiten.