← Jaarprogramma

Animals

Dieren nadoen en benoemen

Kinderen herkennen acht dieren en doen ze na.

Woorden

dog

hond

cat

kat

duck

eend

cow

koe

sheep

schaap

fish

vis

bird

vogel

rabbit

konijn

Zinnetjes

  • · It's a dog!
  • · Woof woof!
  • · I see a cat.
  • · Where is the duck?

Liedje: Animal Sounds

The dog says woof, woof, woof.

The cat says miaow, miaow.

The duck says quack, quack, quack!

De activiteit stap voor stap

  1. 1. Horen · HEAR

    Laat één dier zien en zeg het woord en het geluid.

    • A dog. Woof woof!
  2. 2. Bewegen · MOVE

    Bij elk dier hoort een beweging: hond kruipen, vogel vliegen, konijn springen.

    • Be a rabbit! Jump, jump, jump!
  3. 3. Spelen · PLAY

    Jij maakt een geluid, kinderen wijzen het dier aan.

    • Quack! Which animal?
  4. 4. Zeggen · SAY

    Kinderen zeggen het dier of het geluid na.

    • Say it with me: cat.
  5. 5. Herhalen · REPEAT

    Herhaal met een prentenboek over dieren.

    • Look, a cow!

5 Minutes English

Deze weken in het jaar

Dierenkaarten

Print de dierenkaarten voor het geluidenspel en de kring.

Dit materiaal mag uitsluitend gebruikt worden binnen de locatie waarvoor een geldige DigiChalk Mini Club-licentie is afgesloten.

© 2026 DigiChalk. All rights reserved.