Woorden
dog
hond
cat
kat
duck
eend
cow
koe
sheep
schaap
fish
vis
bird
vogel
rabbit
konijn
Zinnetjes
- · It's a dog!
- · Woof woof!
- · I see a cat.
- · Where is the duck?
Liedje: Animal Sounds
The dog says woof, woof, woof.
The cat says miaow, miaow.
The duck says quack, quack, quack!
De activiteit stap voor stap
1. Horen · HEAR
Laat één dier zien en zeg het woord en het geluid.
- “A dog. Woof woof!”
2. Bewegen · MOVE
Bij elk dier hoort een beweging: hond kruipen, vogel vliegen, konijn springen.
- “Be a rabbit! Jump, jump, jump!”
3. Spelen · PLAY
Jij maakt een geluid, kinderen wijzen het dier aan.
- “Quack! Which animal?”
4. Zeggen · SAY
Kinderen zeggen het dier of het geluid na.
- “Say it with me: cat.”
5. Herhalen · REPEAT
Herhaal met een prentenboek over dieren.
- “Look, a cow!”
5 Minutes English
Animal Walk
Door de ruimte bewegen als het dier dat jij noemt.
Who's in the Box?
Een dier uit een doos halen en benoemen.
Deze weken in het jaar
Week 9
Animals — kennismaken. Vier nieuwe woorden horen, zien en aanwijzen.
Week 10
Animals — uitbreiden. Vier woorden erbij en de eerste korte zinnetjes.
Week 11
Animals — spelen. Alle woorden gebruiken in een spel met de hele groep.
Week 12
Animals — herhalen. Alles herhalen en het thema afsluiten.
Dierenkaarten
Print de dierenkaarten voor het geluidenspel en de kring.
Dit materiaal mag uitsluitend gebruikt worden binnen de locatie waarvoor een geldige DigiChalk Mini Club-licentie is afgesloten.
© 2026 DigiChalk. All rights reserved.