Weather
Naar buiten kijken en het weer benoemen
Kinderen zeggen elke dag wat voor weer het is.
Woorden
sun
zon
rain
regen
wind
wind
snow
sneeuw
cloud
wolk
hot
warm
cold
koud
coat
jas
Zinnetjes
- · It's sunny!
- · It's raining.
- · It's cold today.
- · Coat on, please.
Liedje: How's the Weather?
How's the weather? Look outside!
Sunny, rainy, windy, cold!
Coat on, coat on, let's go out!
De activiteit stap voor stap
1. Horen · HEAR
Kijk samen uit het raam en benoem het weer.
- “Look outside. It's raining.”
2. Bewegen · MOVE
Elk weertype heeft een beweging: zon armen rond, regen vingers tikken, wind wiegen.
- “Rain! Tap, tap, tap!”
3. Spelen · PLAY
Jij noemt weer, kinderen doen de beweging.
- “Sun! Wind! Snow!”
4. Zeggen · SAY
Eén kind mag het weer van vandaag zeggen.
- “How's the weather today?”
5. Herhalen · REPEAT
Doe dit elke ochtend bij de weerkaart.
- “It's a sunny day!”
5 Minutes English
Deze weken in het jaar
Week 25
Weather — kennismaken. Vier nieuwe woorden horen, zien en aanwijzen.
Week 26
Weather — uitbreiden. Vier woorden erbij en de eerste korte zinnetjes.
Week 27
Weather — spelen. Alle woorden gebruiken in een spel met de hele groep.
Week 28
Weather — herhalen. Alles herhalen en het thema afsluiten.
Weerkaarten
Print de weerkaarten voor het ochtendmoment bij het raam.
Dit materiaal mag uitsluitend gebruikt worden binnen de locatie waarvoor een geldige DigiChalk Mini Club-licentie is afgesloten.
© 2026 DigiChalk. All rights reserved.