Week 1
Meet the Animals
Acht dierennamen leren kennen en nazeggen.
Engelse woorden
- dog · hond
- cat · kat
- bird · vogel
- fish · vis
Deel 1
Warming-up
Begroet de groep in het Engels en vertel wat jullie gaan doen.
- “Good afternoon! Today: animals!”
Deel 2
Woorden & luisteren
Zet elk dier groot in beeld, zeg het woord twee keer, de groep zegt na.
- “Dog. Dog. Say it with me!”
Deel 3
Bewegen
Bij elk dier hoort een beweging. Noem het dier, kinderen doen het dier na.
- “Be a cat! Be a horse!”
Deel 4
Spreken
In de kring: “I like dogs.” Iedereen mag, niemand moet. Samen nazeggen en één dier kiezen.
- “I like dogs. And you?”
Deel 5
Challenge
Beeld één dier uit en laat de groep het woord zeggen.
- “Can you name five animals?”