← Kies een andere leeftijd

Kinderopvang · 2–4 jaar

Peuter

Spelenderwijs Engels: kleine woordsets, veel herhaling, liedjes en beweging. Kinderen zeggen de eerste Engelse woordjes en korte stukjes taal na.

Hello!

Kennismaken in het Engels: zwaaien, je naam zeggen en dag zeggen.

hello · bye bye · please · thank you · yes · no

Colours

Kleuren zoeken in de groep en hardop benoemen.

red · blue · yellow · green · orange · purple

Numbers 1–5

Tellen tot vijf met vingers, klappen en stampen.

one · two · three · four · five

Animals

Dieren benoemen en hun geluid nadoen.

dog · cat · cow · duck · fish · bird

My Body

Lichaamsdelen aanwijzen en benoemen.

head · hand · foot · eyes · nose · ear

Family

Praten over mama, papa, broertjes en zusjes.

mummy · daddy · baby · brother · sister · granny

Toys

Speelgoed uit de groep pakken en in het Engels benoemen.

ball · car · teddy · doll · blocks · book

Food

Bij het eetmoment: benoemen, vragen en bedanken.

apple · banana · bread · milk · water · cheese

Clothes

Bij het aankleden of naar buiten gaan.

coat · shoes · hat · socks · T-shirt · trousers

Weather

Naar buiten kijken en het weer benoemen.

sun · rain · wind · snow · cloud · rainbow

Feelings

Gevoelens benoemen bij de dagopening.

happy · sad · tired · angry · hungry · okay

Transport

Voertuigen benoemen en nadoen met geluid.

car · bike · bus · train · boat · plane

At the Playground

Buiten spelen met Engelse woorden.

slide · swing · sand · ball · run · jump

Bedtime

Rustmoment met zachte stem en langzaam tempo.

bed · sleep · teddy · moon · star · book