Grammar CornerGrammar Lab · Leerjaar 1, 2, 3, 5
Grammar Lab · Past simple
Snap hetCheck itPractiseFix itBuild itPlay & use itScore 0
Quick explain
- • Gebruik de past simple voor iets dat af is, op een moment in het verleden.
- • Regelmatige werkwoorden krijgen -ed: walk → walked. Onregelmatige veranderen: go → went.
- • In de ontkenning en vraag gebruik je did + het gewone werkwoord (dus geen -ed).
yesterday ●────── nu
Vorm
Positief
I walked home. / I went home.
Ontkennend
I didn't walk home.
Vraag
Did you walk home?
Kort antwoord
Yes, I did. / No, I didn't.
Examples
- We visited London last summer.
- She saw a great film on Friday.
- They didn't finish their homework.
- Did you sleep well?
Signaalwoorden: yesterday · last week · in 2019 · two days ago · when I was ten
Dutch alert
I have seen my friend yesterday.
I saw my friend yesterday.
Bij een tijdstip in het verleden (yesterday) gebruik je de past simple, niet de present perfect.
Did you went to the party?
Did you go to the party?
Na did komt de infinitief.